Nieuwe regels voor ouderschapsverlof

Eind vorig jaar stemde de Eerste Kamer in met het wetsvoorstel Modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden. Hierdoor zijn met ingang van 1 januari 2015 nieuwe regels voor het opnemen van verlof van kracht geworden. Het doel van de nieuwe regelgeving is dat werknemers voortaan flexibeler gebruik kunnen maken van de verlofmogelijkheden en hierdoor werk en zorg beter met elkaar kunnen combineren. In deze whitepaper, die u onderaan deze pagina kunt downloaden, gaan we in op het ouderschapsverlof.

De nieuwe wet is een vereenvoudiging van de Wet arbeid en zorg (WAZO) en de Wet aanpassing arbeidsduur (WAA). Werknemers kunnen nu gemakkelijker verlof opnemen of hun arbeidsduur tijdelijk uitbreiden of juist inkrimpen. Bovendien wordt de reikwijdte van de kring van personen voor wie zorgverlof kan worden opgenomen, uitgebreid met familieleden in de tweede graad en anderen met wie de werknemer een sociale relatie heeft. Deze maatregelen sluiten tevens aan bij het beleid om mantelzorgtaken toegankelijker te maken.

De basisregels ouderschapsverlof

Ouderschapsverlof is mogelijk voor de zorg van een kind jonger dan 8 jaar. Beide ouders kunnen voor elk kind eenmaal ouderschapsverlof opnemen. Bij een tweeling of meerling bestaat dus recht op tweemaal resp. meermalen ouderschapsverlof per ouder. Het recht op ouderschapsverlof geldt ook voor een adoptiekind, pleegkind of stiefkind, mits het kind bij de ouder/verzorger thuis woont.

Duur

Het ouderschapsverlof omvat 26 keer het aantal arbeidsuren per week van de werknemer. Sinds 1 januari 2015 mag de werknemer zelf bepalen wanneer en hoe hij dit verlof opneemt. Voorheen gold de standaard dat de werknemer een jaar lang de helft van zijn normale arbeidsuren werkte en de andere helft als verlof opnam, tenzij een cao of het personeelsreglement dat anders regelde.

Lees meer over de nieuwe regels voor ouderschapsverlof.

Download hier de volledige whitepaper.

Voornaam
Emailadres

ouderschapsverlof