Ontwikkelingen rond flexibele arbeidsvormen: zzp’ers

Een eerlijk(er) speelveld voor de zzp’er?

Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) zijn een niet meer weg te denken groep werkenden op de arbeidsmarkt. Enkele cijfers: in 2017 telde Nederland bijna 1,1 miljoen zzp’ers, waarmee deze groep 12,3% van alle werkenden uitmaakte. In 2003 was dat nog 8,1%. De groei van het aantal zzp’ers heeft ook geleid tot problemen als schijnzelfstandigheid en het ontstaan van een groep kwetsbare arbeidskrachten die eigenlijk tussen de wal en het schip van de arbeidsmarkt zijn geraakt: zij zijn enerzijds geen ‘werknemers’ die binnen het sociale vangnet van een werkgever vallen, maar anderzijds ook geen ‘zelfstandig ondernemers’ die bewust hebben gekozen voor het ondernemerschap en daar toereikende revenuen uithalen. Het kabinet wil deze ongewenste gevolgen bestrijden, maar ook de regelgeving niet onnodig ingewikkeld maken. Dat blijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Na de omstreden VAR (Verklaring arbeidsrelatie), de niet-levensvatbare BGL (Beschikking geen loonheffing) en de mislukte Wet DBA (Deregulering beoordeling arbeidsrelatie) is het huidige kabinet aan zet om dit complexe dossier over de aard van de arbeidsrelatie eindelijk eens ten goede te keren.

Vier maatregelen op het vuur

Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid sleutelt momenteel aan vier maatregelen die het speelveld van de zzp’er eerlijker en duidelijker moeten maken. De vier maatregelen:

  • De opdrachtgeversverklaring
  • De verduidelijking van het criterium ‘gezag’
  • Zzp’ers met een laag tarief: arbeidsovereenkomst
  • Zzp’ers met een hoog tarief: opt-out