AccountView - Update en Installatie

Versie 12.0 rev. 0, Service Pack A, 9 juli 2021

Dit Service Pack bevat een aantal verbeteringen op basis van feedback uit de periode met een controlled release van AccountView versie 12. Er is een aantal verbeteringen in bankmutaties doorgevoerd. Zo is de verwerking via de directe bankkoppeling verder geoptimaliseerd.

Daarnaast zijn documentkoppelingen op enkele punten gewijzigd, specifiek voor gebruikers met een cliëntadministratie die op basis van Centraal cliëntbeheer wordt beheerd.

Wij raden alle gebruikers aan het Service Pack voor deze versie te installeren.

Let op: Het installatiebestand voor dit Service Pack kan ook worden gebruikt voor een nieuwe installatie of update van AccountView. De stappen voor het installeren van het Service Pack zijn anders dan die voor een nieuwe installatie of update. Lees daarom de procedure volledig door voordat u de stappen uitvoert.

Overzicht van de stappen

  1. Service Pack-installatie voorbereiden
    1. Locaties controleren
    2. AccountView afsluiten
    3. Backup maken
  2. Installatie uitvoeren
    1. Computer kiezen om de installatie op uit te voeren
    2. Installatiebestand ophalen
    3. Licentievoorwaarden
    4. Bestaande installaties gevonden
    5. Bestandslocaties
    6. Gereed om AccountView te installeren
  3. Systeem converteren

1    Service Pack-installatie voorbereiden

1.1    Locaties controleren

Kies Help > Info en noteer onderstaande locatie. Deze hebt u nodig in stap 2.4.

  • Programmabestanden:          __________________________________

1.2    AccountView afsluiten

Zorg ervoor dat alle gebruikers AccountView afsluiten. Als u gebruikmaakt van een koppeling met een ander softwarepakket, dan moet u deze ook stoppen. Zie ook "Veelgestelde vragen - Update - 6. Er zijn nog gebruikers ingelogd in AccountView".

1.3    Backup maken

Maak een backup van de systeemtabellen van AccountView met de volgende stappen:

  1. Kies Bestand > Administraties en kies daarna Document > Backup > Aanmaken.
  2. Markeer Systeem in het venster Backup aanmaken en voer een locatie in voor de backup (bijvoorbeeld de map 'Mijn documenten').
  3. Kies Backup.

2     Installatie uitvoeren

2.1      Computer kiezen om de installatie op uit te voeren

De installatie moet worden uitgevoerd op de machine waarop de AccountView-programmabestanden zijn geïnstalleerd (zie de map die u hebt genoteerd bij stap 1.1).

Dus als AccountView lokaal op 1 werkstation is geïnstalleerd, voer dan de installatie uit op dat werkstation. Is AccountView op een server geïnstalleerd, zorg er dan voor dat u kunt inloggen op de server en voer daar de installatie uit.

2.2      Installatiebestand ophalen

Controleer of u Opties > Taal kunt kiezen in AccountView. Hebt u deze menu-optie, dan beschikt u over een taaluitbreiding (Engels, Frans of Duits) en moet u de internationale installatie gebruiken.

Nederlands: AccountView 12.0 NL installatiebestand (bevat Service Pack A)
Internationaal: AccountView 12.0 INT installatiebestand (bevat Service Pack A)

2.3          Licentievoorwaarden

De installatie wordt gestart. Nadat u de licentievoorwaarden hebt geaccepteerd, kiest u Volgende.

2.4          Bestaande installaties gevonden

Als er al een installatie van AccountView op deze computer staat, dan wordt het venster Bestaande installaties gevonden getoond. Als er geen installatie wordt gevonden, dan gaat u verder met stap 2.5.

Controleer of de Installatielocatie van de gevonden installatie overeenkomt met de locatie van de programmabestanden die u hebt genoteerd in stap 1.1. Komt deze overeen, dan kiest u Bestaande installatie bijwerken en wijst u de installatie aan. Kies hierna Volgende en ga verder met stap 2.6.

Als de Installatielocatie van alle gevonden installaties afwijkt van de locatie die u hebt genoteerd in stap 1.1, dan kiest u Nieuwe installatie uitvoeren en Volgende.

2.5          Bestandslocaties

Voer onder AccountView de locatie in die u in stap 1.1 hebt genoteerd, of wijs deze map aan via de knop Browse. Dit moet een lokale padverwijzing zijn (bijvoorbeeld C:\); een netwerkschijf (bijvoorbeeld Y:\) wordt niet ondersteund.

De optie Runtime-componenten installeren kunt u uitzetten, omdat de werkstationinstallatie reeds is geïnstalleerd.

2.6          Gereed om AccountView te installeren

Controleer of de AccountView-installatielocatie overeenkomt met de locatie van de programmabestanden die u hebt genoteerd in stap 1.1.

Wanneer de opgegeven map overeenkomt met de genoteerde locatie in stap 1.1, dan verschijnt de tekst "AccountView wordt bijgewerkt van versie naar 12.0 naar versie 12.0 SP A", zodat u zeker weet dat u de juiste map hebt aangewezen. Kies Volgende en, na het voltooien van de installatie, Afsluiten.

3      Systeem converteren

De eerste keer dat u AccountView start na de installatie van het Service Pack, worden de modulegegevens geactiveerd en wordt een systeemconversie uitgevoerd. Hierna kunt u weer verder werken zoals u gewend bent.